Conclusie
Inleiding
grief 1 in incidenteel beroepte behandelen. De grief strekt ten betoge dat de kantonrechter in het bestreden vonnis onder 3.3 ten onrechte niet heeft overwogen dat de echtgenote van [eiser] bij brief van 8 december 2004 de verlengingsovereenkomsten, die zijn aangegaan in juli 2002, wel tijdig heeft vernietigd. Dexia dient dus de door [eiser] betaalde bedragen uit hoofde van die verlengingsovereenkomsten als onverschuldigd betaald terug te betalen evenals de door [eiser] betaalde restschuld die was gebaseerd op de eindafrekeningen van de verlengingsovereenkomsten, aldus [eiser]. Het hof oordeelt als volgt.
Het cassatiemiddel
termijnbetalingen voor de duur van de verlengde looptijd.
geleenden dat zulks voorts geldt voor ’s hofs daarop voortbouwende oordeel in rov. 3.6 dat de verlengingsovereenkomsten ertoe strekken de door Dexia met [eiser] aangegane
leningte verlengen, en voor ’s hofs oordeel in rov. 3.8, 3.10, 3.18 en 3.19 voor zover daarmee tot uitdrukking is gebracht dat de initiële overeenkomsten voorzien in een geldlening. Subsidiair voegt het onderdeel hier nog aan toe dat ook als de initiële overeenkomsten mede zijn geconstrueerd als (overeenkomsten van) geldlening, deze overeenkomsten moeten worden aangemerkt als overeenkomsten van koop op afbetaling en huurkoop.