ECLI:NL:RBAMS:2012:BV0448
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering wegens vermeende onttrekking aan detentie niet zorgvuldig
Eisers ontvingen een WAO-uitkering die door het UWV per 1 augustus 2011 werd beëindigd op grond van vermeende onttrekking aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of maatregel. Eisers betwistten dit en voerden aan dat zij niet wisten of redelijkerwijs konden weten van de straf en dat de informatie van het CJIB onjuist was. Tevens stelden zij dat de intrekking onzorgvuldig was en in strijd met internationale verdragsbepalingen.
De rechtbank oordeelde dat voor onttrekking vereist is dat de betrokkene kennis had van de straf en zich zodanig opstelde dat uitvoering werd belemmerd. UWV baseerde zich uitsluitend op gegevens van het CJIB zonder eisers de kans te geven te reageren, wat onvoldoende zorgvuldigheid opleverde. De rechtbank stelde dat een termijn van een maand voor reactie passend zou zijn.
Verder concludeerde de rechtbank dat de onmiddellijke intrekking zonder vooraankondiging in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM, omdat de overgangsregeling bedoeld is om betrokkene de gelegenheid te geven zich voor te bereiden op de ontneming van het recht op uitkering. De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten, herstelde de uitkeringen en veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de intrekkingsbesluiten en herstelt de WAO-uitkeringen wegens onvoldoende zorgvuldigheid en schending van het EVRM.