Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
veroordeelde,
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De vordering
3.Grondslag van de vordering
Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, en
medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.
4.Het wederrechtelijk verkregen voordeel
,bestaande uit een deel van € 2.849.000,00 overgemaakt aan [naam bedrijf 1] en een deel van € 2.430.000,00 aan [naam bedrijf 2] .
(de rechtbank begrijpt: conservatoire)beslagen onder de veroordeelden.
5.De verplichting tot betaling
6.Toepasselijke wettelijke voorschriften
7.Beslissing
[veroordeelde]de verplichting tot betaling van € 229.696.89 (tweehonderdnegenentwintigdeuizendzeshonderdzesennegentig euro en negenentachtig cent) aan de Staat, vermeerderd met de daadwerkelijk opgebouwde rente over het in totaal in beslag genomen bedrag van € 23.635, - vanaf 26 mei 2011 respectievelijk 10 november 2011 en 6 maart 2014 tot aan de dag van de daadwerkelijke ontneming.