ECLI:NL:HR:2010:BL1454
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vaststelling betalingsverplichting ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in euro's
In deze zaak stond de vaststelling van de betalingsverplichting ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal. Het hof had de betalingsverplichting opgelegd in de tegenwaarde van bedragen uitgedrukt in Nederlandse guldens, Franse francs en Amerikaanse dollars. De Hoge Raad stelde dat de betalingsverplichting, conform artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht, in wettig Nederlands betaalmiddel, dus in euro's, moet worden uitgedrukt. Dit geldt ook voor het bedrag waarop het voordeel is geschat, om transparantie en inzicht in de matigingsbevoegdheid van de rechter te waarborgen.
Daarnaast bevestigde de Hoge Raad dat rente die is opgebouwd na het leggen van conservatoir beslag op de betreffende geldbedragen als wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden aangemerkt. Het hof had dit oordeel niet onjuist gemotiveerd. Wel oordeelde de Hoge Raad dat het hof naliet de rente op een concreet bedrag in euro's vast te stellen, wat wel vereist is.
De Hoge Raad vernietigde daarom het bestreden arrest voor zover het de betalingsverplichting betreft en verwees de zaak terug naar het gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde berechting en afdoening. Hiermee wordt gewaarborgd dat de betalingsverplichting duidelijk en eenduidig in euro's wordt vastgesteld, inclusief de rente, zodat misverstanden bij betrokkene en het Openbaar Ministerie worden voorkomen.
Uitkomst: Betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet in euro's worden vastgesteld, inclusief rente over inbeslaggenomen bedragen; zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting.