ECLI:NL:RVS:2020:1103
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor gedeeltelijke woningonttrekking door verhuur als bed & breakfast in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een bestuurlijke boete van €13.500 op wegens het zonder vergunning gedeeltelijk onttrekken van zijn woning aan de bestemming tot bewoning. Dit betrof verhuur van meer dan 40% van de woning aan toeristen, waardoor de woning niet langer als woonruimte beschikbaar was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij zelf in de woning woonde en de verhuur op elk moment kon annuleren, en dat de zolderruimte ten onrechte buiten de oppervlakteberekening was gelaten. De Afdeling oordeelde dat het verhuurde gedeelte gedurende de verhuur niet beschikbaar was voor duurzame bewoning en dat de zolderruimte vanwege zelfstandige voorzieningen terecht buiten beschouwing was gelaten.
Verder stelde appellant dat de boete onredelijk hoog was en dat sprake was van dubbele bestraffing omdat hij ook strafontslag had gekregen. De Afdeling verwierp dit en benadrukte dat de boete en het strafontslag verschillende doelen dienen. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de boete van €13.500 wegens het zonder vergunning gedeeltelijk onttrekken van de woning aan de bestemming tot bewoning.