Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2021 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
Conclusie
.De rechtbank legt hieronder uit waar deze zaak over gaat en hoe zij tot haar oordeel is gekomen.
Rechtbank Amsterdam
Eiser is eigenaar van een woning in Amsterdam en verhuurde deze zonder onttrekkingsvergunning aan toeristen, hetgeen volgens de Huisvestingswet verboden is. Na een onderzoek en een onaangekondigd huisbezoek concludeerde de gemeente dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor een Bed & Breakfast en dat er sprake was van onttrekking van de woning aan de woningvoorraad.
De gemeente legde een bestuurlijke boete van €20.500,- op, die na bezwaar werd gehandhaafd. Eiser startte een procedure bij de rechtbank en voerde onder meer aan dat hij mocht vertrouwen op het begunstigend beleid van de gemeente en dat hij voldeed aan de voorwaarden voor vakantieverhuur.
De rechtbank oordeelde dat het begunstigend beleid voor vakantieverhuur en Bed & Breakfasts niet meer geldig is na een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Verder stelde de rechtbank vast dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden voor vakantieverhuur, onder meer omdat hij niet zijn hoofdverblijf had in de woning. De boete werd niet gematigd omdat eiser geen bijzondere omstandigheden aannemelijk maakte.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot vergoeding van proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.D. Belcheva op 22 oktober 2021.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €20.500,- wegens verhuur zonder onttrekkingsvergunning en verklaart het beroep ongegrond.