Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
5.De beslissing
57170
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De werknemer trad op 3 maart 2025 in dienst bij Lycamobile met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een proeftijd van twee maanden. Na het niet verlengen van de eerste arbeidsovereenkomst werd op 8 mei 2025 een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten met wederom een proeftijd van twee maanden. De werkgever beëindigde de arbeidsovereenkomst binnen deze tweede proeftijd.
De rechtbank oordeelt dat het tweede proeftijdbeding niet rechtsgeldig is en daarmee ook de opzegging onregelmatig. De werkgever erkent de onregelmatigheid en is gehouden tot betaling van de wettelijke transitievergoeding en een gefixeerde schadevergoeding. De kantonrechter stelt de transitievergoeding ambtshalve vast op €1.860,00.
Daarnaast kent de rechtbank een billijke vergoeding van €40.000 toe wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De werknemer is door de handelswijze van Lycamobile plotseling werkloos geworden met een aanzienlijk inkomensverlies. De rechtbank wijst verzoeken tot nabetaling van loon en vakantiegeld af, oordeelt dat het concurrentiebeding vervalt en veroordeelt Lycamobile tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het tweede proeftijdbeding nietig en veroordeelt Lycamobile tot betaling van een billijke vergoeding van €40.000, een gefixeerde schadevergoeding en transitievergoeding aan de werknemer.