Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
In de melding van uw collega zijn uitspraken van uw kant opgenomen die als bedreigend zijn ervaren. U heeft de volgende uitspraken gedaan: ‘ik ga niets met jou doen of jouw auto doen’. Deze uitspraak heeft u drie keer herhaald in het gesprek. Daarnaast heeft u aangegeven ‘jij hebt kinderen, ik heb kinderen, dus laten we elkaar met rust laten’. Deze uitspraken zijn als bedreigend ervaren. De betreffende collega voelt zich onveilig en is bang dat u uw uitspraken omzet in acties.
(…) Er kan voorzichtig start worden gemaakt met re-integratie activiteiten, waarbij het van belang is om eerst de werkgerelateerde knelpunten te bespreken. De eerste stap hierin is om deze knelpunten samen te bespreken. Mocht er geen oplossing gevonden worden kan er een externe derde (mediator) aan het gesprek toegevoegd worden om tot een goede oplossing te komen. Hierna dienen er heldere afspraken gemaakt te worden (wanneer, welke locatie, met wie, etc). Indien deze afspraken gemaakt zijn, kan een volgende stap zijn om te starten met 1 a 2 maal per week 1 uur in aangepaste werkzaamheden. Ik adviseer daarbij heldere afspraken te maken over de exacte invulling van deze uren en het beloop regelmatig met elkaar te evalueren.”
Zoals afgesproken zou ik een afspraak plannen met jou en[ [naam 6] , ktr]
om de start van de re-integratie op een locatie van[ [naam 6] , ktr]
te bespreken.
In het gesprek met [naam 7] was de afspraak dat ik zelf met[ [naam 6] , ktr]
een koffiemoment zou inplannen om na te gaan welke mogelijkheden er zijn. Deze afspraak heeft al plaatsgevonden. Dat je zegt dat we met zijn drieën zouden zitten klopt ergens. We zouden inderdaad een gesprek plannen. Uiteindelijk is hier niets van gekomen. Door de secretaressen (…) ben ik gebeld voor een afspraak om de re-integratie te bespreken. De afspraak staat al een week gepland en wordt op mijn punt van vertrekken naar de afspraak afgezegd. [naam 6] kon mij niet vertellen waarom, alleen dat jij mij zou bellen. Waarom wordt dit via de mail afgedaan en niet telefonisch? (…)
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 40). Uit de in de parlementaire geschiedenis genoemde voorbeelden en toelichtingen blijkt dat het moet gaan om een duidelijk en uitzonderlijk laakbaar handelen of nalaten, dat valt te kwalificeren als duidelijk strijdig met goed werkgeverschap en op één lijn te stellen is met de daarin genoemde voorbeelden. De regering heeft als één van de voorbeelden van ernstige verwijtbaarheid genoemd de situatie waarin de werkgever zijn re-integratieverplichtingen bij ziekte grovelijk heeft veronachtzaamd (
Kamerstukken II2013-2014, 33 818, C, pag. 113). De lat voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten ligt dus hoog.
ernstige verwijtbaarheidniet. Door de loonsanctie van het UWV is [verzoeker] bovendien afdoende gecompenseerd voor het nadeel dat daaruit voor hem voortvloeide.
slapend dienstverbandzo’n specifieke omstandigheid. Immers, de werkgever is gehouden het loon gedurende de arbeidsongeschiktheid (tenminste) twee jaar door te betalen. Daarna is sprake van een
slapend dienstverband; de werknemer ontvangt geen loon meer en hij hoeft ook niet meer te werken of te re-integreren. Dat de werknemer door middel van betaalde vakantie tijdens een
slapend dienstverbandin staat gesteld zou moeten worden om te recupereren is dus niet aan de orde. Bovendien voorziet het sociaal zekerheidsrecht in de mogelijkheid voor de werknemer om met behoud van uitkering met vakantie te gaan. Gelet op deze specifieke omstandigheden is artikel 7:634 lid 1 BW Pro naar het oordeel van de kantonrechter niet in strijd met Europese wetgeving. De vordering van [verzoeker] wordt op dit punt afgewezen.
5.De beslissing
57170