Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres]., te [vestigingsplaats], eiseres
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
"Persen van groenten en fruit, en in eerste instantie ook veel schoonmaken. (...) Uiteindelijk de uren die ze hier werkten waren ze niet alleen maar aan het schoonmaken, maar ook onderdeel van het productieproces. U vraagt mij of dit dezelfde werkzaamheden zijn als de werknemers die vast in het productieproces draaien, dat kunt u inderdaad wel zo stellen." [11] De heer [naam 1] verklaarde op 8 maart 2023: "
Alle personen van [bedrijf 1] deden de volgende werkzaamheden: groenten snijden, schoonmaken en flesjes vullen. [de vreemdeling] deed alleen maar afwassen.” [12] Uit deze verklaringen, maar ook uit het ter verhandelde ter zitting, blijkt bovendien dat het met betrekking tot de andere werkzaamheden (het afwassen en vullen van de flesjes) het niet om enkel twee medewerkers ging, zoals eiseres heeft gesteld. De omstandigheid dat de werkzaamheden in het magazijn hebben plaatsgevonden, leidt niet tot een ander oordeel. Het magazijn betreft immers een locatie van eiseres waar bedrijfsactiviteiten worden verricht en waar zij als werkgever optreedt.
Het werk was in de productieruimte en [naam 3]' (eigenaar van [bedrijf 1])
sprak ik daarbuiten, hij stuurde de werknemers niet aan op de vloer. Met [naam 3] regelde ik de planning, hoeveel mensen en wie er moesten komen." [14] De heer [naam 4], wettelijk vertegenwoordiger van [bedrijf 1], verklaarde op 9 september 2022 dat hij 'orders geeft' aan werknemers en dat zij urenbriefjes mee krijgen die door het inlenende bedrijf worden ingevuld. [15] Ook verklaarde hij: "
Ze meldden zich bij mij of bij degene die verantwoordelijk was die dag. En ook niet altijd, want op een gegeven moment wisten ze hier wel de weg. Het was niet verplicht dat ze zich moesten melden.'' [16]
verminderende verwijtbaarheidvoor de overtreding van
artikel 2, eerste lid van de Wav. Voor de overtredingen van
artikel 15a van de Wavis de minister (in plaats van grove schuld) gekomen tot
normale verwijtbaarheid.
artikel 2, eerste lid, van de Wavsprake is van
grove schuld, omdat eiseres ernstig onzorgvuldig en nalatig heeft gehandeld en dus niet – zoals eiseres in beroep heeft gesteld – verminderde verwijtbaarheid. Ten aanzien van de overtredingen van artikel
15a van de Wavis de minister tot de conclusie gekomen dat geen sprake is van grove schuld, maar van
normale verwijtbaarheid. Anders dan in het primaire besluit stelt de minister zich op het standpunt dat het tijdsverloop tussen de onderzoeksperiode en het verhoor door de inspecteurs geen invloed heeft op de mate van verwijtbaarheid en de ernst van de overtredingen. Vanwege het verbod op reformatio heeft de minister de eerder toegepaste matiging van de boete voor overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wav wel gehandhaafd. Dit is op de zitting met partijen besproken.