ECLI:NL:RBARN:2012:BW2315
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en boetes inzake Liechtensteinse Stiftung en buitenlands vermogen
Eiser, geboren in 1939, werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen en vermogensbelasting over de jaren 1995 tot en met 2005, gebaseerd op gegevens over zijn betrokkenheid bij een Liechtensteinse Stiftung en vermogensbestanddelen in het buitenland. Deze gegevens werden verkregen via Duitse autoriteiten en leidden tot een onderzoek door de FIOD-ECD, huiszoeking en verhoor.
De rechtbank oordeelt dat de hoorplicht niet is geschonden, ondanks het feit dat eiser en zijn gemachtigde niet verschenen bij geplande hoorzittingen. De navorderingsaanslagen zijn terecht opgelegd, waarbij de rechtbank aannemelijk acht dat eiser opzettelijk vermogen in het buitenland niet heeft opgegeven. De verlengde navorderingstermijn is toegestaan omdat het vermogen in landen buiten de EU werd aangehouden.
De boetes zijn passend geacht vanwege ernstige fraude, maar worden met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn van meer dan twee jaar. Het beroep op onrechtmatig verkregen bewijs wordt verworpen, evenals het verzoek om schadevergoeding. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Beroepen tegen belastingaanslagen ongegrond, boetes met 25% gematigd wegens overschrijding redelijke termijn.