ECLI:NL:RBARN:2012:BY0026
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Immateriële schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in KB Lux belastingzaken
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert eiser immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn in bezwaar- en beroepsprocedures tegen navorderingsaanslagen en boetes in zogenaamde KB Lux zaken. De belastingaanslagen dateren uit 2004, bezwaarschriften werden ingediend in november en december 2004, en de uitspraak in de hoofdzaken volgde pas op 3 april 2012.
De rechtbank oordeelt dat de redelijke termijn van twee jaar, vermeerderd met 23 maanden vanwege een prejudiciële procedure, is overschreden met 3 jaar en 6 maanden. Dit leidt tot een vergoeding van €3.500, berekend op €500 per halfjaar overschrijding. De primaire stelling van de Belastingdienst dat eiser eigen schuld heeft wegens het niet opgeven van een buitenlandse bankrekening wordt verworpen, evenals het betoog van eiser dat de vergoeding per procedure moet worden berekend of dat een factor 1,5 moet worden toegepast.
De overschrijding wordt verdeeld tussen de Belastingdienst, die 11 maanden overschrijding voor haar rekening neemt (vergoeding €1.000), en de Staat die het resterende bedrag van €2.500 betaalt. Tevens worden de proceskosten van €327,80 verdeeld over beide partijen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de verweerders tot betaling van de schadevergoeding en proceskosten.
Uitkomst: Eiser krijgt immateriële schadevergoeding van €3.500 wegens overschrijding redelijke termijn, verdeeld tussen Belastingdienst (€1.000) en Staat (€2.500).