ECLI:NL:RBDHA:2013:18644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WWB-uitkering aan vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, afkomstig uit Tibet en zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht om een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Verweerder wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 11 van Pro de WWB alleen Nederlanders en bepaalde categorieën vreemdelingen met rechtmatig verblijf aanspraak kunnen maken op bijstand. Eiser valt hier niet onder vanwege zijn verblijfsstatus. Daarnaast is de hardheidsclausule van artikel 16 WWB Pro niet van toepassing op vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf.
Internationale bepalingen zoals het EVRM en het Europees Sociaal Handvest werden meegewogen, maar bieden geen grond voor bijstand in dit geval. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat andere gemeenten niet vergelijkbare gevallen betroffen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van de WWB-uitkering wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf.