ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2450
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- I. Obbink-Reijngoud
- M.A. Dirks
- J.A. Booij
- Rechtspraak.nl
Rechtsgeldigheid vaststellingsovereenkomst en immateriële schadevergoeding bij navordering vermogensbelasting
Eiseres en verweerder sloten een vaststellingsovereenkomst over navordering van inkomsten- en vermogensbelasting vanwege verzwegen inkomsten uit een Luxemburgse bankrekening. Eiseres betwistte de rechtsgeldigheid van deze overeenkomst en stelde dat zij onder druk had getekend. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen en dat eiseres daaraan gebonden was.
De procedure omvatte een langdurige bezwaar- en beroepsfase, mede door aanhoudingen in afwachting van proefprocedures over de KB Lux problematiek. De rechtbank stelde vast dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden met zeven maanden, welke overschrijding volledig aan verweerder kon worden toegerekend.
Hoewel eiseres geen gelijk kreeg in haar betwisting van de navorderingsaanslag, werd haar een immateriële schadevergoeding van € 1.000 toegekend wegens de overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd het betaalde griffierecht aan haar vergoed. Het beroep werd ongegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding.
Uitkomst: De vaststellingsovereenkomst is rechtsgeldig en het beroep wordt ongegrond verklaard, met toekenning van een immateriële schadevergoeding van € 1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.