Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 9 januari 2014 in de zaken tussen
[X], wonende te [Z], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Feiten
- depositorekening met nummer [rekeningnummer], saldo per 31 januari 1994: ƒ 225.000;
- zichtrekening met nummer [rekeningnummer], saldo per 31 januari 1994: ƒ 3.943,77.
Beslissing
- verklaart de beroepen met procedurenummers SGR 13/1612 en SGR 13/1623 gegrond voor zover ze betrekking hebben op de verhoging van de desbetreffende navorderingsaanslagen en de kwijtscheldingsbesluiten;
- verklaart de overige beroepen ongegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar inzake de navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1990 en vermogensbelasting 1991, voor zover ze betrekking hebben op de verhogingen en de kwijtscheldingsbesluiten;
- vernietigt de in de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 1990 en de in de navorderingsaanslag vermogensbelasting over 1991 begrepen verhogingen, alsmede de kwijtscheldingsbesluiten;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.217,50;
- draagt verweerder op het in de procedures met nummers SGR 13/1612 en SGR 13/1623 betaalde griffierecht van in totaal € 88 aan eiser te vergoeden.