ECLI:NL:RBDHA:2015:14659
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.W. Ente
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens niet meewerken aan vertrek in kinderpardonzaak
Eisers, een Armeens gezin bestaande uit moeder, dochter en zoon, vroegen meerdere malen om een verblijfsvergunning in Nederland, waaronder een aanvraag op medische gronden. Deze aanvragen werden afgewezen en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde deze besluiten. Verweerder stelde dat eisers niet meewerkten aan hun vertrek naar Armenië, gebaseerd op een advies van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) waarin werd vastgesteld dat eiseres 2 ondanks meerdere gesprekken niet bereid was zelfstandig terug te keren en geen aanvraag voor een laissez-passer invulde.
Eisers voerden aan dat zij wel meewerkten, onder meer omdat er reisdocumenten waren afgegeven en zij de medische situatie van eiseres 2 meenamen. De rechtbank oordeelde echter dat meewerken ook het eigen initiatief omvat om contact te zoeken met instanties en dat eiseres 2 dit niet deed. Het feit dat zij medische behandeling aanvroeg, ontsloeg haar niet van de meewerkplicht. De rechtbank stelde dat het gezin samen kan terugkeren en dat de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro in het nadeel van eisers uitvalt.
De rechtbank verwierp ook het beroep op schending van de hoorplicht en andere juridische gronden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wegens niet meewerken aan vertrek wordt ongegrond verklaard.