ECLI:NL:RBDHA:2017:7090
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stellen verblijfsaanvragen wegens niet betalen leges afgewezen
Eisers, allen van Indonesische nationaliteit, dienden meerdere aanvragen in voor verblijfsvergunningen die door verweerder niet in behandeling zijn genomen omdat zij de vereiste leges niet betaalden en geen schriftelijke verklaring van de minister overlegden die vrijstelling zou rechtvaardigen. Verweerder handhaafde dit standpunt in bezwaar, waarna eisers beroep instelden.
De rechtbank stelt vast dat verweerder een inhoudelijke afweging heeft gemaakt en in redelijkheid kon oordelen dat eisers geen beroep toekomt op schrijnende omstandigheden die vrijstelling van leges zouden rechtvaardigen. Eisers voerden aan dat verweerder onvoldoende heeft getoetst aan criteria uit een Kamerbrief van 2007 en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden omdat in vergelijkbare zaken wel vergunningen werden verleend. De rechtbank oordeelt dat deze brief niet van toepassing is op de aanvragen na 2005 en dat verweerder voldoende gemotiveerd heeft waarom de situaties niet vergelijkbaar zijn.
Verder is vastgesteld dat de inreisverboden die aan eisers zijn opgelegd in eerdere procedures rechtsgeldig zijn vastgesteld, zodat de rechtbank niet toekomt aan de beoordeling daarvan in deze zaak. Gelet op het voorgaande verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen het buiten behandeling stellen van hun verblijfsaanvragen wegens niet betalen van leges wordt ongegrond verklaard.