ECLI:NL:RBDHA:2018:2642
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op vrijstelling leges bij aanvraag verblijfsvergunning schrijnende omstandigheden
Eisers, een Iraaks gezin met drie minderjarige kinderen, dienden meerdere aanvragen in voor verblijfsvergunningen, waaronder op grond van het kinderpardon en schrijnende omstandigheden. Alle eerdere aanvragen werden afgewezen. Eisers verzochten om een verklaring van schrijnendheid en stelden dat zij vrijgesteld zijn van legesbetaling op grond van artikel 3.34a, onder k, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000. Verweerder stelde dat de aanvragen niet in behandeling konden worden genomen omdat de leges niet waren voldaan.
Eisers voerden aan dat verweerder het toetsingskader van de richtsnoerenbrief van 21 februari 2007 ten onrechte slechts als richtsnoer hanteert en onvoldoende rekening houdt met individuele schrijnende omstandigheden en het gelijkheidsbeginsel. Verweerder stelde dat de schrijnende omstandigheden van eisers onvoldoende onderscheidend zijn en dat de vrijstelling van leges niet van toepassing is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat het toetsingskader voor aanvragen na 18 maart 2005 slechts een richtsnoer is. De rechtbank vond dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de omstandigheden van eisers niet voldoende schrijnend zijn om toepassing van de discretionaire bevoegdheid te rechtvaardigen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de hoorplicht werd verworpen. Het beroep is ongegrond verklaard en de legesplicht blijft van toepassing.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvragen worden buiten behandeling gesteld wegens niet betaling van leges.