ECLI:NL:RBDHA:2017:972
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek opvang uitgeprocedeerde vreemdeling met toepassing artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, een Libanese uitgeprocedeerde vreemdeling zonder verblijfstitel sinds 2000, verzocht om opvang vanwege ernstige psychische problemen en uitzichtloze situatie. Verweerder wees dit verzoek af op grond van het inreisverbod en het koppelingsbeginsel uit de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank overwoog dat hoewel artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag op eiser van toepassing is en hij geen verblijfsvergunning krijgt, artikel 3 en Pro 8 EVRM onder bijzondere omstandigheden een opvangplicht kunnen opleggen. Echter, de huidige situatie van eiser toont dat hij wordt opgevangen door zijn netwerk en niet langer onder reclasseringstoezicht staat.
De rechtbank concludeert dat eiser zich niet onderscheidt van andere uitgeprocedeerde vreemdelingen zonder opvang en dat de gestelde uitzichtloosheid onvoldoende concreet is om een opvangplicht te rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering tot opvang wordt ongegrond verklaard.