ECLI:NL:CRVB:2023:954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding kosten rechtsbijstand bij evidente fout in eenvoudige zaak
Betrokkene was onder bewind gesteld en ontving bijzondere bijstand voor kosten van bewindvoering. Het college stelde het bedrag van deze bijstand in november 2019 onjuist vast, maar corrigeerde dit automatisch per februari 2020. De toenmalige bewindvoerder maakte bezwaar en verzocht vergoeding van de kosten van rechtsbijstand in bezwaar. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees de vergoeding af omdat het bezwaar niet nodig was en de fout evident was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en liet het besluit in stand. In hoger beroep stelde appellant dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard en dat de kosten van rechtsbijstand vergoed moesten worden. De Raad oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was omdat het belang ontbrak gezien de automatische correctie en dat de kosten niet vergoed hoefden te worden vanwege de eenvoud van de zaak en het feit dat de fout ook telefonisch hersteld had kunnen worden.
De Raad benadrukte dat kosten van professionele rechtsbijstand in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen, maar dat in bijzondere omstandigheden, zoals hier, kan worden afgeweken. Het verzoek om vergoeding werd daarom terecht afgewezen. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak bevestigt dat het inschakelen van rechtsbijstand niet altijd leidt tot vergoeding wanneer de zaak eenvoudig en de fout evident is.
Uitkomst: Het college hoefde de kosten van rechtsbijstand in bezwaar niet te vergoeden vanwege de evidente fout die ook telefonisch hersteld had kunnen worden.