ECLI:NL:RBDHA:2019:6512
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf nareis wegens onvoldoende bewijs identiteit
Eiseres, van Eritrese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis als gezinslid van haar echtgenoot, die een asielvergunning heeft. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres haar identiteit en het huwelijk niet aannemelijk had gemaakt met officiële documenten.
Eiseres beschikte niet over officiële identiteitsdocumenten en leverde onofficiële documenten aan, waaronder een kerkelijke huwelijksakte, doopakte en schoolrapport, die door verweerder niet als substantieel bewijs werden erkend. Ook een later overgelegde 'Refugee ID Card' werd als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich terecht op het standpunt stelde dat eiseres geen aannemelijk bewijs had geleverd van haar identiteit en dat daardoor ook de familierelatie niet kon worden beoordeeld. Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag werd ongegrond verklaard. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen werd niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerder alsnog op bezwaar had beslist. Verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf nareis wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk.