Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
mede ten behoeve van haar minderjarige kind [kind] ,eiseres
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een alleenstaande moeder met een minderjarig kind, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning niet in behandeling te nemen, omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening getroffen om overdracht aan Italië te voorkomen zolang de beroepsprocedure loopt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in meerdere uitspraken geoordeeld dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) interim measures niet betekenen dat Italië geen adequate opvang biedt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.
De rechtbank bevestigt dat verweerder mag uitgaan van dit vertrouwensbeginsel en dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in haar geval anders is. Ook tijdelijke belemmeringen door coronamaatregelen maken het besluit niet onrechtmatig. De rechtbank verwijst naar jurisprudentie en garanties van Italiaanse autoriteiten over opvang en zorg voor kwetsbare personen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot overdracht aan Italië is ongegrond verklaard.