ECLI:NL:RBDHA:2020:4437
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen duurzaam verblijfsrecht voor Italiaanse vrouw in Nederland wegens onvoldoende bewijs rechtmatig verblijf
Eiseres, een Italiaanse vrouw, betwist het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat zij geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft gehad in de periode 1999-2018. De rechtbank beoordeelt of eiseres duurzaam verblijfsrecht heeft verworven op grond van artikel 8.12 en 8.17 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij in de periode 1999-2006 reële en daadwerkelijke arbeid heeft verricht die voldoet aan de norm van minimaal 40% van de gebruikelijke arbeidstijd. Ook kan zij niet worden aangemerkt als economisch niet-actieve gemeenschapsonderdaan tussen 2008 en 2017, omdat zij onvoldoende heeft aangetoond over voldoende middelen van bestaan te beschikken en een ziektekostenverzekering te hebben gehad. Daarnaast was eiseres van eind 2014 tot september 2017 uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen, wat wijst op een verblijf buiten Nederland.
Eiseres stelt dat verweerder een belangenafweging had moeten maken, wat de rechtbank bevestigt dat ten onrechte ontbrak in het bestreden besluit. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat verweerder de belangenafweging later voldoende heeft gemotiveerd. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege het ontbreken van een belangenafweging, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.