ECLI:NL:RBDHA:2021:15683
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging wegens niet voldoen aan middelenvereiste
Eisers, minderjarige kinderen van Syrische nationaliteit, vroegen een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aan om bij hun biologische vader (referent) te verblijven. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat de referent niet voldeed aan het middelenvereiste, een voorwaarde voor gezinshereniging.
Eisers stelden dat vanwege de vluchtelingenstatus van de referent en de bijzondere omstandigheden, waaronder de oorlog in Syrië en de onvrijwillige scheiding, een uitzondering op het middelenvereiste moest worden gemaakt. De rechtbank oordeelde echter dat verweerder de aanvraag terecht als reguliere aanvraag heeft beoordeeld en dat het middelenvereiste ook in deze context van toepassing blijft.
De rechtbank vond dat verweerder de belangen van de kinderen en de situatie van de referent voldoende heeft meegewogen, en dat het niet voldoen aan het middelenvereiste gerechtvaardigd was. Ook werd geoordeeld dat de hoorplicht in bezwaar niet geschonden was, omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit gehandhaafd. De uitspraak bevestigt dat het middelenvereiste strikt wordt toegepast, ook bij vluchtelingen, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aantoonbaar zijn.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging wordt ongegrond verklaard.