Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- die [slachtoffer] vast te pakken en/of te houden en/of
- (meermalen) te roepen (vertaald) "steek hem", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of
- die [slachtoffer] twee maal, althans eenmaal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het gezicht en/of in de zij, althans het lichaam, van die [slachtoffer] te steken;
- duwen en/of trekken en/of slaan tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- vastpakken en/of vasthouden van die [slachtoffer] en/of
- (meermalen) roepen (vertaald) "steek hem", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of
- een of meerdere malen steken met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in het gezicht en/of in de zij, althans het lichaam, van die [slachtoffer] ,
3.De bewijsbeslissing
We gaan vechte, Haagse, 5/6 negers, Doen biggie, Hun hebbe shenk”. Ook heeft [naam neef slachtoffer] zijn neef [slachtoffer] gebeld en hem gezegd dat hij problemen had en dat hij bang was. Hij heeft [slachtoffer] gevraagd om te komen. [slachtoffer] is vervolgens uit zijn woning naar buiten gerend en zijn broer [naam broer slachtoffer] is achter hem aangerend. Bij de tramhalte Goudriaankade trof [slachtoffer] de groep jongens die de clipshoot had opgenomen. Samen met [getuige 4] , een jongen die onderweg met hem mee was gerend, liep [slachtoffer] naar de groep jongens en vroeg hij wie zijn neefje had geslagen. Nadat [medeverdachte 1] had geantwoord dat hij dat had gedaan, sloeg [slachtoffer] [medeverdachte 1] . Daarop ontstond chaos en een schermutseling bij de tramhalte, waarbij meerdere jongens betrokken zijn geweest. In een tijdspanne van zestien seconden, zo blijkt uit de camerabeelden, verplaatste een groep zich vechtend vanaf de tramhalte naar een aan de Rijswijkseweg geparkeerde auto. Daar viel de groep uiteen en renden personen weg.
shenk” (een mes) bij zich had en dat, toen hij een klap kreeg van [slachtoffer] , dat mes op de grond viel. Hij heeft vervolgens gezegd dat
“ [bijnaam 2 Verdachte] ”dat mes pakte, dat hijzelf die jongen bij zijn capuchon vasthad en hem meetrok naar de auto om hem daar te
“attacken”, dat hij [verdachte] zag komen en dat deze
“die ding zwaai bam”in “
zijn lever linkerkant zwaait”.Hij heeft hierbij gezegd dat hij alles heeft gezien. In het tapgesprek van [medeverdachte 1] met een onbekend gebleven vrouw van 16 januari 2020 gaat het erover dat [medeverdachte 1] ervoor moet zorgen dat zijn dossier naar advocaat meneer Roethof moet gaan. [medeverdachte 1] zegt vervolgens dat
“degene die is opgepakt die heeft gestoken, je weet toch… Hij heeft precies die zus als advocaat.” [verdachte] heeft de zus van mr. G. Roethof als advocaat.
“belly”van [slachtoffer] heeft gestoken.
“hij”het was, maar dat hij in
“volle vaart wou”.Dit sterkt de rechtbank in de overtuiging dat [getuige 1] wel degelijk echt heeft gezien wat hij in zijn verklaringen heeft verteld en dat hij ook de jongen op foto 3 ( [verdachte] ) echt heeft herkend als de jongen die hij steekbewegingen heeft zien maken. De rechtbank acht deze verklaringen van [getuige 1] , anders dan de raadsvrouw heeft betoogd, dan ook bruikbaar voor het bewijs. Dat [getuige 1] een en ander bij de rechter-commissaris niet allemaal meer zeker weet, maakt dat niet anders. Immers, die verklaringen zijn van latere datum en duidelijk is dat [getuige 1] het lastig vindt om te verklaren over wat er is gebeurd. Zo heeft hij verklaard dat hij bang is voor zijn veiligheid en dat hij geen namen wil noemen. Uit de weergave van de verhoren en de uitgeluisterde onderdelen van het verhoor van [getuige 1] van 3 januari 2020 volgt naar oordeel van de rechtbank voorts geenszins dat sprake is geweest van onaanvaardbare (leidende) verhoortechnieken waarbij [getuige 1] woorden in de mond zouden zijn gelegd. Sterker nog, gezien voormeld tapgesprek met zijn broer, lijkt [getuige 1] zijn verklaring eerder te hebben afgezwakt.
“je”op de camerabeelden
“mij en hem”als laatsten ziet wegrennen en dat hij er dus niet omheen kon. De rechtbank begrijpt uit de context van het OVC-gesprek, waarin het gaat over wat [bijnaam 2 Verdachte] heeft gedaan, dat [medeverdachte 1] met
“hem”[verdachte] bedoeld heeft. Hieruit leidt de rechtbank af dat [verdachte] en [medeverdachte 1] de personen zijn die als laatsten bij [slachtoffer] zijn weggerend.
“ [bijnaam 2 Verdachte] hij zwaai bam! Hij zwaait die ding in zijn....(…) nee hij zwaait hem in zijn lever linkerkant ewa hij valt op grond”zou hebben gezegd:
“en terwijl hij op grond valt, zeg maar, je weet toch, deze keer via ruim terug je en terug hij pakt zijn machette en dipt in zijn face in zijn wang…”.Deze laatste zin lijkt erop te wijzen dat [medeverdachte 1] hier ook op [verdachte] heeft gedoeld als degene die [slachtoffer] in zijn gezicht heeft gestoken. [medeverdachte 3] heeft in het tapgesprek met zijn [naam vriendin medeverdachte 3] van 30 januari 2020 ook gezegd dat [medeverdachte 1] tegen hem heeft gezegd dat [bijnaam 3 Verdachte] [slachtoffer] twee keer heeft gestoken, waaronder één keer tussen zijn nek en zijn kaak. Dit wijst erop dat [medeverdachte 1] in het OVC-gesprek inderdaad doelde op [verdachte] . De rechtbank constateert evenwel dat dit de enige bewijsmiddelen zijn die in de richting wijzen van [verdachte] als degene die de steekverwonding in de wang van [slachtoffer] zou hebben veroorzaakt. Bovendien komen beide bewijsmiddelen uit één en dezelfde bron: [medeverdachte 1] . Van enig ander steunbewijs is geen sprake. Dat bij de clipshoot een machete aanwezig was en dat alles zich in een kwestie van seconden moet hebben afgespeeld, zegt immers niets over de vraag
wie[slachtoffer] heeft gestoken in zijn wang. Dat mogelijk sprake is geweest van twee verschillende messen, zoals uit het forensisch onderzoek volgt, zou kunnen wijzen op twee verschillende stekers. Hoewel de rechtbank uitgaat van de authenticiteit van het OVC-gesprek van 30 januari 2020 van [medeverdachte 1] , is dit deel van het gesprek op zichzelf onvoldoende om wettig en overtuigend te kunnen bewijzen dat [verdachte] [slachtoffer] ook in de wang heeft gestoken. [medeverdachte 1] heeft dit ook niet bevestigd in zijn verklaringen bij de politie of de rechter-commissaris.
“deze keer via ruim terug” heeft gehoord, maar:
“deze [bijnaam2 medevd 2] hij rent terug”. Dat zou betekenen dat [medeverdachte 1] niet [verdachte] , maar [medeverdachte 2] heeft bedoeld als degene die [slachtoffer] in zijn wang heeft gestoken. Dat het, zoals de officier van justitie heeft gesteld, voor de schuldvraag van [verdachte] niet uitmaakt wat [medeverdachte 1] hierover heeft gezegd, kan de rechtbank niet volgen. Ook volgens de officier van justitie is dit OVC-gesprek immers het enige directe bewijs voor het toebrengen van de steekwond in de wang van [slachtoffer] door [verdachte] . De rechtbank heeft het fragment op zitting en in raadkamer uitgeluisterd en zij kan
welzou hebben gedoeld op [verdachte] dit - vanwege het ontbreken van steunbewijs - onvoldoende bewijs oplevert voor het steken van [slachtoffer] in de wang door [verdachte] , behoeft dit geen nader onderzoek. Op het voorwaardelijk verzoek van de raadsvrouw tot dat nadere onderzoek naar het fragment van het OVC-gesprek, hoeft de rechtbank dan ook niet te beslissen.
“bam”. Dat daarbij sprake is geweest van een beweging met in ieder geval enige kracht, volgt uit de omstandigheid dat het mes door de kleding van [slachtoffer] is heengegaan, de linkerborstholte heeft geperforeerd en het kraakbeen van de ribben heeft geraakt. Dit alles maakt dat het opzet van [verdachte] reeds door zijn eigen handelen op het veroorzaken van de dood van [slachtoffer] was gericht.
“dip hem, dip hem”werd geroepen, wat “steek hem, steek hem” betekent. Volgens [getuige 1] werd dit echt geschreeuwd en moet iedereen dat gehoord hebben. Wie van de jongens dit precies heeft geroepen is onduidelijk gebleven, maar [verdachte] moet dit ook hebben gehoord. Immers heeft zelfs [getuige 3] , die al verder van de vechtpartij verwijderd was, dit gehoord.
dip hem, dip hem” tegen die geparkeerde auto terecht is gekomen. Voorts stelt de rechtbank vast dat er toen nog steeds meer dan twee personen, waaronder [verdachte] en [medeverdachte 1] , om hem heen stonden en dat [slachtoffer] geen kant meer op kon. [slachtoffer] is binnen een zeer kort tijdsbestek van enkele seconden twee keer gestoken, waarvan in ieder geval één keer door [verdachte] . Dit gezamenlijk nagenoeg gelijktijdig uitgeoefende handelen jegens [slachtoffer] wettigt de conclusie dat daarmee voldoende bewijs voorhanden is voor de bewezenverklaring van een zodanige gezamenlijke uitvoering en een nauwe en bewuste samenwerking als bedoeld in artikel 47 van Pro het Wetboek van Strafrecht (Sr). [verdachte] heeft samen met anderen [slachtoffer] in die kwetsbare positie bij de auto gebracht waardoor deze geen kant meer op kon. [verdachte] heeft voorts een wezenlijke bijdrage geleverd aan de doodslag op [slachtoffer] door hem in zijn zij te steken. Hij wist bovendien op dat moment dat hij naar de tramhalte was gelopen met een aantal jongens waarmee de clipshoot was opgenomen, dat bij deze clipshoot meerdere messen aanwezig waren en hij hoorde meermalen
“dip hem, dip hem”roepen. Onder deze omstandigheden kon en moest hij verwachten dat meer personen [slachtoffer] zouden kunnen steken en moet zijn opzet ook mede daarop gericht zijn geweest.
gevolgenvan de openlijke geweldpleging, namelijk dat het door [verdachte] gepleegde geweld de dood, althans zwaar lichamelijk letsel, althans enig letsel, ten gevolge heeft gehad, overweegt de rechtbank het volgende. Uit rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat in de artikel 141, tweede lid, Sr opgenomen zwaardere strafbedreigingen uitsluitend van toepassing zijn op de verdachte die
zelfhet bewezenverklaarde letsel heeft toegebracht, zodat de verdachte niet op grond van deze bepaling strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden voor het door zijn mededaders in het kader van het openlijke geweld veroorzaakte letsel (HR 16 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3230, en HR 10 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1082).
- die [slachtoffer] vast te pakken en te houden en
- die [slachtoffer] twee maal met een mes in het gezicht en in de zij te steken;
te wetende kruising Rijswijkseweg en Goudriaankade, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit het:
- trekken
- vastpakken en vasthouden van die [slachtoffer] en
- meermalen roepen (vertaald) "steek hem" en
- meerdere malen steken met een mes in het gezicht en in de zij van die [slachtoffer] ,
te weteneen steekverwonding in de zij, voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
10 (tien) jaren;
Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 21 december 2019, voor zover inhoudende (p. 16-17):
Het geschrift, te weten het Pathologieonderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet-natuurlijke dood, op 15 januari 2020 opgemaakt door dr. J. Fronczek, arts en patholoog, voor zover inhoudende (FO-dossier p. 97-100):
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 12 mei 2021, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , opgemaakt op 25 december 2019, voor zover inhoudende (p. 192):
Het proces-verbaal van bevindingen Mobiele nummer van [bijnaam 2 Verdachte] , opgemaakt op 27 december 2019, voor zover inhoudende (p. 611):
Het proces-verbaal van bevindingen OVC/30-1-2020, opgemaakt op 4 februari 2020, voor zover inhoudende (p. 1285-1286 en 1288):
Het geschrift, te weten het uitgewerkte tapgesprek tussen telefoonnummers [(--)] en [(--)] op 16 januari 2020, sessienr. 10, opgemaakt door [naam 3] , voor zover inhoudende (p. 941):
Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 1] , opgemaakt op 10 maart 2020, voor zover inhoudende (p. 1901-1902):
Het proces-verbaal van verhoor [getuige 1] , opgemaakt op 30 december 2019, voor zover inhoudende (p. 233-234):
Het proces-verbaal van verhoor [getuige 1] , opgemaakt op 3 januari 2020, voor zover inhoudende (p. 245):
Het proces-verbaal van verhoor [getuige 1] , opgemaakt op 13 februari 2020, voor zover inhoudende (p. 1585 en 1590-1592, met bijlage op p. 1595-1596):
Het proces-verbaal van verhoor [getuige 4] , opgemaakt op 14 februari 2020, voor zover inhoudende (p. 1611):
Het proces-verbaal van verhoor [getuige 4] , op 29 mei 2020 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, en de griffier, voor zover inhoudende:
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 2] , opgemaakt op 17 februari 2020, voor zover inhoudende (p. 1714-1715):
Het proces-verbaal van verhoor [medeverdachte 3] , opgemaakt op 18 januari 2020, voor zover inhoudende (p. 1755-1756):
Het proces-verbaal van verhoor [getuige 5] , opgemaakt op 14 februari 2020, voor zover inhoudende (p. 1601):
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 3] , opgemaakt op 28 januari 2020, voor zover inhoudende (p. 1208-1209 en 1212, met bijlage op p. 1214):
Het proces-verbaal forensisch onderzoek plaats delict, opgemaakt d.d. 2 januari 2020, voor zover inhoudende (p. 279-280):
Het geschrift, te weten het NFI-rapport Bloedspoorpatroononderzoek, onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een steekincident met dodelijke afloop in Den Haag op 21 december 2019, op 25 maart 2020 opgemaakt door ing. L. Meijrink, NFI-deskundige forensisch bloedspoorpatroononderzoek voor zover inhoudende (FO-dossier p. 500, 502-503, 508, 510 en 514, met bijlage op p. 521):
Het proces-verbaal van bevindingen clipshoot - messen, opgemaakt op 4 januari 2020, voor zover inhoudende (p. 330-337):
Het proces-verbaal van bevindingen brug, opgemaakt d.d. 23 januari 2020, voor zover inhoudende (p. 1443 en 1448-1450):
De eigen waarneming van de rechtbank van de camerabeelden van de Laakbrug, gesitueerd op de Rijswijkseweg tussen de Neherkade en de Goudriaankade te Den Haag, zich bevindend in het bestand ‘Total 21-12’, zijnde een compilatie van alle in dit onderzoek aanwezige camerabeelden, gedaan in raadkamer na de terechtzitting van 12 mei 2021: