ECLI:NL:RBDHA:2022:10360
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering kinderbijslag wegens ontbreken duurzame persoonlijke band met Nederland
Eiseres, die in 2012 naar Egypte was verhuisd, keerde in januari 2019 met haar kinderen terug naar Nederland en vroeg kinderbijslag aan vanaf het derde kwartaal 2019. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde deze aanvraag omdat eiseres volgens hen nog geen duurzame persoonlijke band met Nederland had opgebouwd. Zij woonde bij haar ouders, had geen zelfstandige woonruimte, geen werk en haar partner verbleef nog in Egypte.
De rechtbank beoordeelde of eiseres op de peildata 1 juli en 1 oktober 2019 als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt. Volgens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) is ingezetene degene die in Nederland woont, waarbij de woonplaats wordt beoordeeld aan de hand van feiten en omstandigheden die een duurzame persoonlijke band met Nederland aantonen.
De rechtbank oordeelde dat de enkele intentie van eiseres om in Nederland te wonen onvoldoende is en dat de omstandigheden, zoals het ontbreken van zelfstandige woonruimte en werk, en het korte verblijf in Nederland, onvoldoende bewijs vormen voor een duurzame persoonlijke band. Ook de situatie van haar partner, die pas in december 2019 naar Nederland kwam, droeg hier niet aan bij.
Daarom handhaafde de rechtbank het besluit van de Svb dat eiseres geen recht had op kinderbijslag voor het derde en vierde kwartaal van 2019. Vanaf januari 2020 werd wel kinderbijslag toegekend. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van kinderbijslag voor het derde en vierde kwartaal 2019 wordt ongegrond verklaard.