Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , geboren op [geboortedag] 1988 in Rusland,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopEiser heeft op 31 oktober 2013 voor het eerst een asielaanvraag ingediend in Nederland. Bij besluit van 6 november 2013 heeft verweerder beslist dat Zweden op grond van de Dublinverordening voor deze asielaanvraag verantwoordelijk is. Op 12 maart 2014 heeft de Afdeling uitspraak in deze procedure gedaan, waardoor het besluit van 6 november 2013 in rechte is komen vast te staan.
Overwegingen
medebetrekking op het besluit tot intrekking van het bestreden besluit. Eiser heeft het beroep, voor zover het is gericht tegen het bestreden besluit, niet expliciet ingetrokken. De rechtbank moet ook daarover dus oordelen. De rechtbank acht het beroep, voor zover het is gericht tegen het bestreden besluit, niet-ontvankelijk gelet op de intrekking van het bestreden besluit.
acht wekenna bekendmaking van deze uitspraak opnieuw op de aanvraag van eiser dient te beslissen en overweegt daartoe als volgt.
kánworden over wat er de gevolgen zijn als eiser niet langer medicinale cannabis kan gebruiken. Het is de rechtbank niet bekend, en dit is door verweerder ook niet gesteld, dat medicinale cannabis inmiddels wel geregistreerd is als geneesmiddel of dat dit op korte termijn zal geschieden. Het wederom vragen van advies aan BMA lijkt dan ook weinig zinvol. BMA heeft bovendien in zijn advies, wat in beginsel te gelden heeft als deskundigenadvies, reeds vastgesteld dat medicinale cannabis in Rusland, het land van herkomst van eiser, niet legaal verkrijgbaar is zodat hiernaar geen onderzoek hoeft te worden gedaan. De rechtbank overweegt tevens dat het BMA-protocol gelet op het arrest van het Hof zal moeten worden aangepast, waarbij het zeer de vraag is of BMA een advies zal uitbrengen voordat het protocol is aangepast en niet onwaarschijnlijk is dat een termijn van 16 weken in dat geval hoe dan ook niet zal volstaan voor verweerder om opnieuw te beslissen op de asielaanvraag van eiser. Bij het bepalen van een termijn om opnieuw te beslissen zal de rechtbank dan ook niet betrekken dat BMA onderzoek zou moeten doen naar de beschikbaarheid van medicinale cannabis in Rusland.
1. Aanleiding
Op 22 november 2022 verscheen het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-69/21. Hieronder lichten we de uitspraak toe en gaan in op de eventuele consequenties.
2. Hoe te handelen
Vooralsnog veranderen we onze beslispraktijk niet.
4. Verwachting
€ 4.554,-(4 punten x 1,5 x € 759,-) zal toekennen voor bovengenoemde verrichte proceshandelingen.
€ 127,30,- bij wijze van kilometervergoeding.
€ 379,50, waarbij voor de in aanmerking te brengen proceshandelingen van de gemachtigde van eiser één punt met een waarde van € 759,00 wordt toegekend voor het indienen van het beroepschrift. Het gewicht van deze zaak is bepaald op licht (wegingsfactor 0,5) omdat het bij dit beroep uitsluitend gaat om de bepaling van een nieuwe beslistermijn en de vaststelling van de rechtelijke dwangsom.
€ 5.060,80.
Beslissing
acht wekenna de bekendmaking van deze uitspraak het besluit op de aanvraag te nemen en op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;
€ 200,00per dag, voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt waarbij
geen maximumwordt bepaald,
€ 5.060,80.