Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Einduitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2024
in de zaak tussen:
[eiseressen], geboren op [geboortedatum] 1995,
[eiseres],geboren op [geboortedatum] 1963
,allen van Armeense nationaliteit en tezamen aangeduid als eisers,
Procesverloop
Overwegingen
65. De verplichting om het refoulementrisico te eerbiedigen rust op verweerder in alle fases van het terugkeerproces en dus ook bij het opleggen van een terugkeerbesluit en het ten uitvoer leggen hiervan. Het terugkeerbesluit dat op 9 augustus 2012 in het kader van de asielprocedure is vastgesteld en waarvan de opschorting na de afwijzing van de onderhavige verblijfaanvragen is beëindigd, had verweerder op het moment dat de opschorting beëindigd werd, opnieuw dienen te onderzoeken in het licht van dat beginsel. Verweerder heeft eiseressen voorafgaand aan het afwijzen van hun aanvragen om een verblijfsvergunning op grond van de Afsluitregeling en de hieruit voortvloeiende vaststelling dat het voortgezet verblijf van eisers illegaal is, niet nader gehoord om zich ervan te vergewissen dat het beginsel van non-refoulement in acht is genomen. Verweerder heeft eiseressen nadat het Hof het arrest Ararat heeft gewezen ook niet nader gehoord en ook niet verzocht om een termijn om dat te kunnen doen.
66. Hoewel verweerder ten tijde van het uitbrengen van het verweerschrift naar aanleiding van het arrest en tijdens de voortgezette behandeling ter zitting op 31 oktober 2024, ook niet beschikte over nadere verklaringen van eiseressen, overweegt de rechtbank dat de actuele refoulementbeoordeling niet volledig is. De rechtbank acht de geactualiseerde refoulementbeoordeling die verweerder na het arrest van het Hof in de zaak Ararat heeft verricht niet volledig, omdat eiseressen geen nadere toelichting hebben gegeven op hun standpunt dat zij zijn verwesterd. Het beoordelen van het refoulementrisico behelst niet alleen de beoordeling van de algemene situatie in het land van herkomst, maar vereist ook een geïndividualiseerde risicotaxatie als onderdeel van de refoulementbeoordeling.
67. Omdat de rechtbank de voortzetting van het onderzoek ter zitting (al) twee weken na het wijzen van het arrest van het Hof heeft geagendeerd en omdat de rechtbank het noodzakelijk acht om het refoulementrisico grondig en in volle omvang te kunnen onderzoeken en beoordelen alvorens (eind)uitspraak te doen, zal de rechtbank eiseressen, gelet op de concrete feiten en omstandigheden in deze verwijzingsprocedure, uitdrukkelijk alsnog in de gelegenheid stellen om aan te geven wat zij bedoelen met hun standpunt dat zij zijn verwesterd en of en in hoeverre, dit betekent dat zij vrezen na terugkeer naar Armenië te worden blootgesteld aan behandelingen die door artikel 5 van Pro de Terugkeerrichtlijn, gelezen in het licht van artikel 4 en Pro artikel 19, lid 2, van het Handvest, absoluut verboden worden.
- Een verklaring van eiseressen waarin zij omschrijven hoe zij zich vereenzelvigd achten met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen mannen en vrouwen en hoezeer dat verschilt in Armenië, deels onderbouwd met bronnen;
- De scriptie van een van de eiseressen over discriminatie van moeders op de werkvloer en de gevolgen hiervan;
- Brieven van een docent aan eiseressen waarin aan eiseressen complimenten worden gemaakt over hun persoonlijke ontwikkeling;
- Een verklaring van een vriendin van eiseressen waarin zij schrijft over het karakter van eiseressen en de waarden die zij in hun leven nastreven;
- Een verklaring van een trainer en projectleider van Stichting de Vrolijkheid over de wijze waarop eiseressen sinds 2016 als coaches deelnemen aan het project en waarbij zij gesprekken voeren met managers uit diverse sectoren en de wijze waarop eiseressen dit doen;
- Een verklaring van de eigenaar van Vesper Commercial Excellence waarin is vermeld op welke wijze hij een van de eiseressen heeft leren kennen, dat zij als stagiair binnen zijn team is verwelkomd en op welke wijze zij haar taken uitoefent;
- Een verklaring van een vriend van eiseressen die hen al vele jaren kent en omschrijft op welke wijze hun vriendschap is gegroeid en vooral ook hoezeer deze vriendschap botst met Armeense opvattingen.
in een situatie als in de onderhavige procedure aan de orde –een zogenoemde actuele beoordeling van het refoulementrisico te verrichten, bestond dus al ten tijde van het nemen van het bestreden besluit. De rechtbank zal het besluit dan ook om deze reden vernietigen.
40 Wat in het bijzonder de vervolgingsgrond „behoren tot een bepaalde sociale groep” betreft, blijkt uit artikel 10, lid 1, onder d), eerste alinea, dat een groep wordt geacht een „specifieke sociale groep” te vormen wanneer aan twee cumulatieve voorwaarden is voldaan. Ten eerste moeten de personen die tot deze groep zouden kunnen behoren ten minste een van de volgende drie identificatiekenmerken delen: een „aangeboren kenmerk”, een „gemeenschappelijke achtergrond die niet kan worden gewijzigd” of een „kenmerk of geloof dat voor de identiteit of de morele integriteit van de betrokkenen dermate fundamenteel is, dat van de betrokkenen niet mag worden geëist dat zij dit opgeven”. Ten tweede moet die groep in het land van oorsprong een „eigen identiteit” hebben, „omdat zij in haar directe omgeving als afwijkend wordt beschouwd” [arrest van 16 januari 2024, Intervyuirasht organ na DAB pri MS (Vrouwen die het slachtoffer zijn van huiselijk geweld), C‑621/21, EU:C:2024:47, punt 40].
(…)
51 Hieruit volgt dat vrouwen, minderjarige vrouwen daaronder begrepen, die als gemeenschappelijk kenmerk hebben dat zij zich tijdens hun verblijf in een lidstaat daadwerkelijk zijn gaan vereenzelvigen met de fundamentele waarde van gelijkheid tussen vrouwen en mannen, al naargelang de omstandigheden in het land van herkomst kunnen worden geacht te behoren tot „een specifieke sociale groep” als bedoeld in artikel 10, lid 1, onder d), van richtlijn 2011/95.
(…)
53 Wat in de derde plaats de beoordeling betreft van verzoeken om internationale bescherming – „volgende verzoeken” daaronder begrepen – die zijn gebaseerd op de vervolgingsgrond „behoren tot een bepaalde sociale groep”, staat het aan de bevoegde nationale autoriteiten om, zoals artikel 2, onder d), van richtlijn 2011/95 verlangt, na te gaan of de persoon die deze vervolgingsgrond inroept, wegens het behoren tot een dergelijke groep een „gegronde vrees” heeft voor daden van vervolging, als bedoeld in artikel 9, leden 1 en 2, van deze richtlijn, in zijn land van herkomst, [zie in die zin arrest van 16 januari 2024, Intervyuirasht organ na DAB pri MS (Vrouwen die het slachtoffer zijn van huiselijk geweld), C‑621/21, EU:C:2024:47, punt 59].
- Beroepschrift 1 punt
- Verschijnen zitting rechtbank 13 maart 2023 1 punt
- Schriftelijke opmerkingen bij het Hof 2 punten
- Verschijnen mondelinge behandeling bij het Hof op 21 maart 2024 2 punten
- Verschijnen zitting rechtbank 31 oktober 2024 1 punt
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 12 november 2020;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 9.663,50.