Eiser, een Chinese nationaliteit dragende persoon en lid van de Almachtige God Kerk, vroeg op 22 april 2022 asiel aan in Nederland. Uit Eurodac bleek dat hij in 2016 al een asielverzoek in België had ingediend. De Nederlandse staatssecretaris stelde vast dat België verantwoordelijk was voor de behandeling van zijn asielaanvraag en besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen en eiser over te dragen aan België.
Eiser voerde aan dat het terugnameverzoek niet tijdig was ingediend en dat hij bij overdracht aan België een reëel risico op indirect refoulement loopt vanwege een ander beschermingsbeleid voor leden van zijn geloofsgemeenschap. De rechtbank oordeelde dat het terugnameverzoek tijdig was gedaan binnen de wettelijke termijn van twee maanden na het formele asielverzoek.
De bewijslast voor het aannemelijk maken van een reëel risico op indirect refoulement ligt bij eiser. Hij slaagde er niet in voldoende concrete en onderbouwde aanwijzingen te leveren dat het Belgische beschermingsbeleid wezenlijk verschilt van het Nederlandse en dat hij daardoor niet adequaat beschermd zou worden. De rechtbank bevestigde dat de staatssecretaris terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en verklaarde het beroep ongegrond.