ECLI:NL:RBDHA:2023:5286
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, een Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De formele indiening van het asielverzoek vond plaats op 5 september 2022, ondanks dat eiser zich eerder op 13 juli 2022 meldde en een loopbrief ontving.
Eiser stelde dat de loopbrief als proces-verbaal moest worden aangemerkt, waardoor de termijn van twee maanden voor het indienen van een terugnameverzoek bij Duitsland eerder zou zijn gestart. De rechtbank oordeelde echter dat de loopbrief slechts een administratieve registratie was en niet voldeed aan de criteria van een formeel proces-verbaal zoals bedoeld in het arrest Mengesteab.
De rechtbank stelde vast dat het terugnameverzoek van 27 oktober 2022 tijdig was ingediend binnen de termijn van twee maanden na de formele indiening van het asielverzoek. Ook was voldaan aan de vereisten van de Eurodac-Verordening met betrekking tot het tijdig afnemen van vingerafdrukken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.