Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
H.J. Renders, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Gambiaanse nationaliteit, werd op 25 januari 2022 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank toetste of sinds 7 februari 2022 de maatregel rechtmatig was.
Verweerder had een aanvraag voor een laissez-passer ingediend bij de Gambiaanse autoriteiten, maar ontving geen reactie ondanks rappelleringen. Eiser verwees naar een rapport van de Europese Commissie dat de medewerking van Gambia aan gedwongen terugkeer als uiterst moeizaam kwalificeert. Verweerder stelde dat er wel zicht op uitzetting was, onder meer omdat er presentaties bij de Gambiaanse autoriteiten plaatsvonden en nationaliteiten werden bevestigd.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor rechtmatigheid bij verweerder ligt en dat deze onvoldoende had onderbouwd dat zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbrak. De houding van de Gambiaanse autoriteiten en het ontbreken van concrete feiten over de geplande presentaties maakten het zicht op uitzetting onzeker. De maatregel van bewaring werd daarom onrechtmatig geacht en onmiddellijk opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding van €2.900 toegekend voor de onrechtmatige detentieperiode van 29 dagen en verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken zicht op uitzetting, met onmiddellijke invrijheidstelling en toekenning van schadevergoeding.