Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Gambiaanse vreemdeling, is sinds oktober 2023 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en heropend, en het beroep op zitting behandeld.
Eiser betoogt dat na ruim veertien maanden onvoldoende zicht bestaat op uitzetting naar Gambia, mede vanwege het moeizame Laissez-passer (LP)-traject en het uitblijven van reactie van de Gambiaanse autoriteiten. De rechtbank erkent de lange duur en het moeizame verloop, maar stelt dat verweerder voldoende voortvarend handelt, onder meer door opschaling naar de hoogste autoriteiten in Gambia en het ontvangen van enkele nationaliteitsbevestigingen.
Daarnaast weegt de rechtbank mee dat eiser niet meewerkt aan zijn terugkeer, onder meer door weigering om deel te nemen aan presentaties en vertrekgesprekken. Dit frustreren van het uitzettingsproces wordt hem zwaar aangerekend. De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van de overheid om de maatregel te handhaven zwaarder weegt dan het belang van eiser om in vrijheid op de LP-aanvraag te wachten.
De rechtbank beveelt dat verweerder uiterlijk eind januari 2025 de opschaling concreet moet maken en uitvoeren. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.