ECLI:NL:RBDHA:2022:7669
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtigingen voorlopig verblijf voor gezinshereniging Syrische familie met referent met asielvergunning
Eisers, Syrische ouders en meerderjarige kinderen, verzochten om machtigingen tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging met hun meerderjarige zoon en broer (referent) die een verblijfsvergunning asiel bezit. Verweerder wees de aanvragen af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Eisers stelden dat verweerder ten onrechte een belangenafweging maakte en dat zij mvv’s hadden moeten krijgen op grond van het gelijkheidsbeginsel en een juiste belangenafweging.
De rechtbank overwoog dat ouders en meerderjarige kinderen geen verblijfsrechten ontlenen aan de Gezinsherenigingsrichtlijn, omdat Nederland de facultatieve bepaling voor gezinshereniging van ouders met meerderjarige kinderen niet heeft geïmplementeerd. Wel geldt een belangenafweging gelijk aan artikel 8 EVRM Pro, die echter niet mag leiden tot feitelijke implementatie van die facultatieve bepaling.
De rechtbank oordeelde dat verweerder alle relevante belangen van eisers en referent zorgvuldig heeft afgewogen tegen het economisch belang van de Nederlandse staat en daarin een faire balance heeft gevonden. Eisers hadden onvoldoende persoonlijke omstandigheden aangevoerd om de belangenafweging in hun voordeel te laten uitvallen. Ook het horen in bezwaar kon achterwege blijven omdat het bezwaar geen nieuwe feiten bevatte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtigingen tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens een juiste belangenafweging conform artikel 8 EVRM.