Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres, V-nummer: [V nummer]
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
indienen
.
verweerderin hoger beroep verzoekt om een voorlopige voorziening die tot gevolg heeft dat de overdrachtstermijn wordt opgeschort in afwachting van de uitkomst van een hoger beroep, deze alleen kan worden getroffen wanneer de uitvoering van het overdrachtsbesluit op grond van artikel 29, eerste lid, en artikel 27, derde of vierde lid, van de Dublinverordening is opgeschort in afwachting van de uitkomst van het beroep of bezwaar in eerste aanleg.10
vreemdelingeen voorlopige voorziening wordt toegewezen die tot gevolg heeft dat de overdrachtstermijn wordt opgeschort in afwachting van de uitkomst van een hoger beroep, deze op grond van de Dublinverordening alleen opschortende werking heeft wanneer de uitvoering van het overdrachtsbesluit op grond van artikel 29, eerste lid, en artikel 27, derde of vierde lid, van de Dublinverordening is opgeschort in afwachting van de uitkomst van het beroep in eerste aanleg. De rechtbank overweegt in dat verband dat het verzoek van de vreemdeling om een voorlopige voorziening en de toewijzing daarvan een procedurele waarborg vormt die de doelstellingen van de Dublinverordening niet doorkruist. De rechtsgang in hoger beroep en de beslissing dat eiseres de uitkomst van die rechtsgang in Nederland mag afwachten, vormt geen onnodige vertraging van het vaststellen van de verantwoordelijke lidstaat en het vereiste dat het asielverzoek door die lidstaat snel wordt behandeld. De opschorting van de overdrachtstermijn dient immers het doel om de vreemdeling een daadwerkelijk rechtsmiddel te bieden. De rechtbank vindt deze uitleg niet in strijd met de uitspraak van de Afdeling van 5 juli 2023.11 In die uitspraak is bepaald dat, als een vreemdeling tijdens de Dublinprocedure bezwaar maakt tegen de afwijzing van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning mensenhandel, de overdrachtstermijn niet mag worden opgeschort, omdat dan de verwezenlijking van het doel en daarmee het nuttig effect van de Dublinverordening wordt doorkruist. In onderhavige zaak is geen sprake van een doorkruising van het doel van de Dublinverordening, omdat de rechtsbescherming van de vreemdeling hier een centrale rol speelt.