ECLI:NL:RVS:2023:762
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek verblijfsvergunning asiel na niet in behandeling nemen aanvraag
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 28 oktober 2022 besloten een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 14 december 2022 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Op 20 december 2022 werd een ordemaatregel getroffen die de voorgenomen overdracht van de vreemdeling op 21 december 2022 opschortte.
De Raad van State overwoog dat deze ordemaatregel opschortende werking heeft, waardoor het hoger beroep ontvankelijk is. De overige aangevoerde gronden van de vreemdeling leidden niet tot vernietiging van het vonnis van de rechtbank, mede omdat het hogerberoepschrift geen relevante vragen voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.