ECLI:NL:RBDHA:2023:13444
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Sluiting horeca-inrichting wegens handelshoeveelheid drugs en bescherming openbare orde
De burgemeester van Den Haag heeft op grond van artikel 13b van de Opiumwet een café voor drie maanden gesloten nadat bij een politiecontrole op 26 mei 2022 handelshoeveelheden hard- en softdrugs zijn aangetroffen. Eiser voerde aan dat de politierapporten twijfelachtig zijn, dat hij inspanningen heeft verricht om drugsdealers te weren en dat de sluiting onevenredig is en het vertrouwensbeginsel schendt.
De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, aangezien het mutatierapport en proces-verbaal aantonen dat er meer dan de toegestane hoeveelheden drugs aanwezig waren, wat volgens vaste rechtspraak duidt op handel. De sluiting was noodzakelijk en evenredig ter bescherming van de openbare orde en het woon- en leefklimaat.
De rechtbank wijst het beroep af omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de sluiting niet het gewenste effect zou hebben of dat er een toezegging was dat het café na vrijwillige sluiting niet alsnog gesloten zou worden. De duur van drie maanden sluiting is passend en in lijn met het handhavingsbeleid. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van het café wegens handelshoeveelheden drugs wordt ongegrond verklaard en de sluiting van drie maanden bevestigd.