ECLI:NL:RBDHA:2023:13954
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
Eiser, een Tunesische vreemdeling, is in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en stelt dat hij de Tunesische nationaliteit bezit, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van identiteitsdocumenten om uitzetting te voorkomen. De rechtbank toetst het voortduren van de maatregel vanaf het sluiten van het eerdere onderzoek op 15 augustus 2023.
De rechtbank constateert dat de Tunesische autoriteiten aangeven dat eiser niet in hun systeem voorkomt, maar dat eiser zelf verklaart dat hij met hulp van familie documenten kan verkrijgen, maar dit niet doet. Verweerder heeft inspanningen verricht, waaronder rappelleren bij Tunesische en Franse autoriteiten en het houden van vertrekgesprekken. Eiser frustreert het vertrekproces door niet mee te werken.
De rechtbank oordeelt dat zicht op uitzetting niet ontbreekt omdat verweerder kan onderbouwen dat eiser in Tunesië een visum heeft aangevraagd en een paspoort heeft getoond. Er zijn geen aanwijzingen dat het paspoort vals is. De rechtbank wijst het beroep af en constateert geen onrechtmatigheden in het voortduren van de bewaring. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard omdat zicht op uitzetting niet ontbreekt en verweerder voortvarend werkt aan het vertrek.