ECLI:NL:RBDHA:2023:18150
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet-ontvankelijkheidsverklaring asielaanvraag statushouder Bulgarije met onvoldoende belangenafweging kind
De rechtbank Den Haag heeft op 24 november 2023 het beroep van een Syrische alleenstaande minderjarige statushouder tegen de niet-ontvankelijkheidsverklaring van zijn asielaanvraag behandeld. De staatssecretaris had de aanvraag afgewezen omdat eiser internationale bescherming geniet in Bulgarije, waar hij sinds 13 augustus 2021 een verblijfsstatus heeft. Volgens de staatssecretaris is het voor eiser redelijk om naar Bulgarije terug te keren, mede gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Eiser stelde dat het belang van het kind onvoldoende is meegewogen, aangezien hij familie in Nederland heeft, hier naar school gaat en Nederlands spreekt. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris deze omstandigheden onvoldoende heeft betrokken en dat er onvoldoende harde garanties zijn dat eiser in Bulgarije een passende opvang en voogd krijgt. De toezeggingen van de Bulgaarse autoriteiten zijn onvoldoende concreet.
Verder heeft eiser onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer naar Bulgarije een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro-Handvest. De rechtbank volgt het standpunt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel in beginsel geldt, maar dat bij bijzondere omstandigheden hiervan kan worden afgeweken.
De rechtbank vernietigt het besluit van 28 september 2023, verklaart het beroep gegrond en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van deze uitspraak. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €1.674,- toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de asielaanvraag wordt vernietigd.