Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 27 november 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en de Dublinverordening, omdat Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling. Bulgarije had het verzoek tot terugname geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt vanwege tekortkomingen in Bulgarije, zoals slechte opvang, pushbacks en onvoldoende rechtsbijstand. Hij verwees naar diverse uitspraken van rechtbanken en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen die het vertrouwensbeginsel ondermijnen. De Afdeling heeft recent bevestigd dat Dublinclaimanten in Bulgarije geen reëel risico lopen op pushbacks en dat de opvang en rechtsbijstand voldoende zijn gewaarborgd. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd dat hij in Bulgarije onaanvaardbare omstandigheden zal treffen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat verweerder geen proceskosten hoeft te vergoeden. Eiser wordt verwezen naar de Bulgaarse autoriteiten indien hij klachten heeft over de behandeling daar. De behandeling van het beroep wordt niet aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.