Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Somalische nationaliteit, diende op 15 juni 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Kroatië verantwoordelijk werd geacht, gelet op een eerdere asielaanvraag van eiser in Kroatië, bevestigd door Eurodac-gegevens en de acceptatie van een terugnameverzoek door Kroatië.
Eiser betwistte dat hij een asielaanvraag in Kroatië had gedaan en stelde dat hij gedwongen vingerafdrukken had moeten afstaan zonder te weten dat dit een asielaanvraag inhield. Hij vreesde een schending van zijn rechten bij overdracht aan Kroatië en voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet deelbaar is.
De rechtbank oordeelde dat verweerder mocht uitgaan van de juistheid van Eurodac-gegevens en dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor zijn stellingen. Daarnaast werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak dat overdracht aan Kroatië mogelijk is en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel deelbaar is.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter S.E. van de Merbel.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.