ECLI:NL:RBDHA:2023:19897
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet tijdig besluit asielaanvraag en oplegging dwangsom
De rechtbank Den Haag heeft op 11 december 2023 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het niet tijdig beslissen op een asielaanvraag. Eiser had op 20 april 2022 een asielaanvraag ingediend, waarop de staatssecretaris de beslistermijn met negen maanden had verlengd, geldig tot 20 juli 2023. De rechtbank stelde vast dat deze termijn was verstreken zonder een besluit.
Eerder had de rechtbank op 25 september 2023 vastgesteld dat de staatssecretaris bestuurlijke dwangsommen van €1.442 had verbeurd wegens het niet tijdig beslissen. De staatssecretaris deed verzet tegen deze uitspraak. De rechtbank oordeelde dat het verzet gegrond was omdat de wettelijke grondslag voor het verbeuren van dwangsommen in deze context niet van toepassing is.
De rechtbank vernietigde het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit en oordeelde dat de staatssecretaris binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag dat de staatssecretaris in gebreke blijft, verbeurt hij een dwangsom van €100 met een maximum van €7.500. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van eiser.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is gebaseerd op wettelijke bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Vreemdelingenwet 2000, alsmede relevante jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het niet tijdig genomen besluit op de asielaanvraag is vernietigd en de staatssecretaris moet binnen acht weken een besluit nemen, met een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding.