ECLI:NL:RBDHA:2024:10129
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid voortduren maatregel bewaring vreemdeling na afwijzing asielaanvraag
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring getoetst, opgelegd op grond van artikel 59b lid 1 aanhef en onder a en b van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel was opgelegd op 29 april 2024 en opgeheven op 10 juni 2024, waarna een nieuwe maatregel werd opgelegd. De rechtbank beoordeelde uitsluitend de rechtmatigheid van de bewaring tussen 14 mei 2024 en 10 juni 2024.
Eiser stelde dat hij vanaf 1 juni 2024 geen rechtmatig verblijf meer had, omdat zijn asielaanvraag buiten behandeling was gesteld en hij geen beroep had ingesteld. De rechtbank oordeelde echter dat eiser rechtmatig verblijf had gedurende de beroepstermijn tot en met 8 juni 2024, conform vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak en het arrest Gnandi. De staatssecretaris had de maatregel binnen 48 uur na het verstrijken van deze termijn omgezet op een andere wettelijke grondslag, waarmee de bewaring rechtmatig bleef.
Eiser voerde voorts aan dat de belangenafweging in zijn voordeel moest uitvallen vanwege zijn medische omstandigheden en detentieongeschiktheid. De rechtbank wees dit af omdat de medische stukken buiten beschouwing werden gelaten en eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zijn omstandigheden zodanig waren gewijzigd dat de maatregel onrechtmatig werd. Ook het verzoek om het afwachten van prejudiciële vragen werd afgewezen omdat de rechtbank geen relevantie zag voor de beoordeling van het geschil.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.