ECLI:NL:RBDHA:2024:15676
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebrek bij beoordeling machtiging voorlopig verblijf en jongvolwassenenbeleid
De rechtbank Den Haag heeft op 25 september 2024 een tussenuitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over de afwijzing van een aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De minister had de aanvraag afgewezen omdat volgens hem geen sprake was van een beschermingswaardig familie- of gezinsleven tussen eiser en zijn ouder(s) zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, mede omdat eiser niet voldeed aan het jongvolwassenenbeleid. De rechtbank constateerde dat de minister niet integraal en kenbaar had afgewogen hoe de emotionele afhankelijkheid tussen eiser en referente meespeelde bij de beoordeling van bijkomende elementen van afhankelijkheid.
De rechtbank ging uitgebreid in op de feiten, waaronder het langdurig werken van eiser in Turkije om in het levensonderhoud van het gezin te voorzien, en het ontbreken van een normale afhankelijkheidsrelatie. De minister had terecht geoordeeld dat eiser niet meer tot het gezin behoorde omdat hij zelfstandig in zijn levensonderhoud voorzag. Wel stelde de rechtbank dat de minister onvoldoende had getoetst aan de emotionele afhankelijkheid en de gezondheidssituatie van referente en haar echtgenoot, die na vertrek uit Turkije was ontstaan.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit meerdere motiveringsgebreken bevat en gaf de minister de gelegenheid deze binnen zes weken te herstellen. Eiser krijgt vervolgens vier weken om op de aanvullende motivering te reageren. De verdere beslissing wordt aangehouden tot de einduitspraak. De uitspraak is openbaar en het hoger beroep staat nog niet open, maar kan gelijktijdig met de einduitspraak worden ingesteld.
Uitkomst: De rechtbank stelt motiveringsgebreken vast en geeft de minister zes weken om deze te herstellen; verdere beslissing wordt aangehouden.