ECLI:NL:RBDHA:2024:16058
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortzetting maatregel bewaring vreemdeling zonder uitzicht op uitzetting
Eiser, een Gambiaanse vreemdeling, is sinds oktober 2023 in bewaring genomen op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is verlengd tot maximaal twaalf maanden en duurt nog voort. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank heeft het eerdere oordeel bevestigd dat de bewaring rechtmatig is verlengd tot het sluiten van het onderzoek in het laatste vervolgberoep op 14 augustus 2024. De vraag was of de bewaring sindsdien nog steeds rechtmatig is. Eiser stelde dat er geen redelijk vooruitzicht op uitzetting is en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt.
Uit het voortgangsrapport en vertrekgesprekken blijkt dat eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting en presentaties bij de Gambiaanse autoriteiten heeft geweigerd. Verweerder heeft echter meerdere pogingen gedaan om de uitzetting te bevorderen, waaronder het plannen van nieuwe presentaties en het voeren van vertrekgesprekken. De rechtbank oordeelt dat het gebrek aan vooruitzicht op uitzetting niet aan verweerder te wijten is, maar aan de weigerachtige houding van eiser.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat het belang van verweerder zwaarder weegt en de bewaring rechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.