ECLI:NL:RBDHA:2024:3945
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Gambia afgewezen
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende persoon, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van een maatregel van bewaring die op 12 oktober 2023 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is opgelegd. De maatregel is gebaseerd op artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogt dat er geen redelijk zicht is op zijn uitzetting naar Gambia, mede omdat hij geen identificerende documenten bezit en de Gambiaanse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op zijn laissez-passer aanvraag.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek op 23 januari 2024 rechtmatig was. De beoordeling richt zich daarom op de periode daarna. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat de Gambiaanse autoriteiten bereid zijn mee te werken aan de afgifte van een laissez-passer, aangezien er twee presentatiedata zijn vastgesteld. Eiser heeft echter een weigerachtige houding aangenomen en werkte niet mee aan zijn presentatie en vertrek.
Gezien de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan in het algemeen van zicht op uitzetting naar Gambia worden uitgegaan. Eiser is niet geslaagd in het aannemelijk maken van het ontbreken van dit zicht. De langere duur van de bewaring is dan ook voor zijn risico. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.