Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Gambiaanse vreemdeling, werd op 12 oktober 2023 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel werd bij besluit van 4 april 2024 met maximaal twaalf maanden verlengd vanwege het ontbreken van medewerking aan uitzetting en het ontbreken van benodigde documenten.
Eiser stelde dat hij niet over de benodigde documenten beschikte vanwege zijn minderjarige leeftijd en dat er geen zicht was op uitzetting omdat de Gambiaanse autoriteiten niet reageerden op de lp-aanvraag. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende medewerking verleende aan het verkrijgen van reisdocumenten, ondanks de afhankelijkheid van de Gambiaanse autoriteiten, en dat het verlengingsbesluit voldoende gemotiveerd was.
De rechtbank stelde vast dat de gronden voor bewaring nog steeds aanwezig zijn en dat het risico bestaat dat eiser zich aan toezicht onttrekt. Het zicht op uitzetting ontbreekt niet, aangezien de lp-aanvraag in behandeling is en eerdere presentaties door eiser werden gemist.
De rechtbank concludeerde dat de verlenging van de maatregel niet onrechtmatig is en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het verlengingsbesluit van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.