ECLI:NL:RBDHA:2023:20310

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 december 2023
Publicatiedatum
21 december 2023
Zaaknummer
NL23.38794
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting ongegrond verklaard

Eiser, een Gambiaanse vreemdeling, is op 12 oktober 2023 een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting.

De rechtbank toetste het voortduren van de maatregel vanaf het moment van het sluiten van het eerdere onderzoek op 25 oktober 2023. Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, omdat de aanvraag voor een laissez-passer (lp) nog niet is beantwoord en hij niet hoeft te wachten op de lp-procedure tijdens bewaring.

De rechtbank oordeelde dat er geen reden is om te concluderen dat het zicht op uitzetting ontbreekt. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de situatie is veranderd sinds de eerdere uitspraak van 30 oktober 2023. Bovendien weigert eiser medewerking aan zijn vertrek, wat mede de reden is dat de lp nog niet is afgegeven. De rechtbank vond voldoende gronden aanwezig om de maatregel van bewaring te handhaven en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.38794
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 12 oktober 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 13 december 2023 gesloten.

Overwegingen

1. Eiser stelt de Gambiaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedatum] .
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats [1] volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek op 25 oktober 2023.
4. Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. Er is namelijk nog geen reactie op de lp [2] -aanvraag en er is geen informatie over het aantal afgegeven lp’s door de autoriteiten van Gambia. Ook is de lp-aanvraag ingediend voor het opleggen van de maatregel van bewaring en valt net in te zien waarom eiser de procedure voor afgifte van een lp in bewaring moet afwachten.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. In wat eiser aanvoert ziet de rechtbank nog altijd geen aanleiding voor het oordeel dat er in het algemeen geen zicht is op uitzetting naar Gambia binnen een redelijke termijn. Hierbij verwijst de rechtbank allereerst naar de uitspraak 30 oktober 2023 en de daarin genoemde Afdelingsjurisprudentie. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat zicht op uitzetting in zijn geval inmiddels wel ontbreekt. Uit het verslag van het vertrekgesprek van 31 oktober 2023 en de weigering om in gesprek te gaan met de Dienst Terugkeer en Vertrek op 13 november 2023 blijkt bovendien dat eiser elke medewerking aan zijn vertrek naar Gambia weigert. Dat er nog geen lp voor eiser is afgegeven komt daardoor mede voor zijn rekening.
6. Uit de uitspraak van 30 oktober 2023 volgt tevens dat er voldoende gronden zijn om de maatregel van bewaring te dragen. Dat de lp-aanvraag voor het opleggen van de maatregel is ingediend doet daar niet aan af. Voor zover eiser heeft bedoeld te betogen dat met een lichter middel dan bewaring moet worden volstaan, is dit niet onderbouwd.
7. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de maatregel van bewaring in de te beoordelen periode op enig moment onrechtmatig is geweest.
8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Uitspraak van 30 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16490.
2.Laissez-passer.