ECLI:NL:RBDHA:2024:16889
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor haarwerk op grond van Participatiewet
Eiser, die vanwege medische klachten en haaruitval een haarwerk nodig heeft, verzocht bijzondere bijstand op grond van de Participatiewet. Verweerder wees de aanvraag af omdat de kosten voor een haarwerk onder de zorgverzekeringswet vallen als een passende en toereikende voorliggende voorziening. Eiser stelde dat de zorgverzekeraar slechts gedeeltelijk vergoedt en dat er dringende medische en psychische redenen zijn om af te wijken van de hoofdregel.
De rechtbank oordeelt dat de gedeeltelijke vergoeding door de zorgverzekeraar geen aanleiding geeft tot bijzondere bijstand, omdat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze regeling. De door eiser aangevoerde dringende redenen zijn niet aannemelijk gemaakt; er is geen sprake van een acute noodsituatie die onaanvaardbaar zou zijn zonder bijstand. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen toezeggingen zijn gedaan over toekomstige vergoedingen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor een haarwerk wordt ongegrond verklaard.