ECLI:NL:RBDHA:2024:17555
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak
De minister heeft op 28 juli 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser, een Tunesische nationaliteit dragende vreemdeling, die tegen het voortduren van deze maatregel beroep instelde. De rechtbank toetste of het voortduren van de bewaring na 14 augustus 2024 rechtmatig was, waarbij werd vastgesteld dat de eerdere toetsing de rechtmatigheid tot die datum bevestigde.
Hoewel het beroepschrift een dag te laat werd gesloten, achtte de rechtbank dit niet onrechtmatig vanwege een voortvarende beslissing binnen de termijnen van het EVRM. Eiser voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting naar Tunesië binnen een redelijke termijn en dat het evenredigheidsbeginsel werd geschonden.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van reactie van Tunesische autoriteiten niet voldoende is om het zicht op uitzetting te ontkennen, mede omdat eiser niet meewerkt aan zijn terugkeer. Het belang van de staat om de maatregel voort te zetten weegt zwaarder dan het belang van eiser op vrijheid. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard.