ECLI:NL:RBDHA:2024:13242
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling met gebrekkige ondertekening en informatieverstrekking
Eiser, een Tunesische asielzoeker, werd op 28 juli 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59b Vw en op 11 augustus 2024 opnieuw op grond van artikel 59 Vw Pro. De rechtbank constateert dat de maatregel ten onrechte namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is ondertekend in plaats van de minister van Asiel en Migratie, maar dit gebrek wordt gepasseerd omdat een bevoegde ambtenaar heeft ondertekend en eiser niet in zijn belangen is geschaad.
Eiser betwistte de zware grond 3i, maar de rechtbank acht de overige gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. Ook is het opleggen van de tweede maatregel binnen de toegestane termijn gebeurd. Hoewel eiser stelt dat de informatieverstrekking niet voldeed aan artikel 5.3 Vb, oordeelt de rechtbank dat dit gebrek niet leidt tot onrechtmatigheid omdat eiser vooraf met tolk is geïnformeerd en zijn gemachtigde de maatregel heeft kunnen bespreken.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De minister wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser ter hoogte van €1.750,00. De uitspraak is gedaan door rechter Sinack op 19 augustus 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen, met veroordeling van de minister in de proceskosten.