ECLI:NL:RBDHA:2024:17623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de minister nam de aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser voerde aan dat er een fundamenteel verschil in beschermingsbeleid bestaat tussen Nederland en Frankrijk ten aanzien van Ahmadi’s uit Pakistan, en dat hij risico loopt op indirect refoulement bij overdracht aan Frankrijk. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Frankrijk niet beschermd wordt tegen refoulement.
Daarnaast stelde eiser dat de aanwezigheid van zijn partner in Nederland aanleiding moest zijn om zijn aanvraag in Nederland te behandelen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro en artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank verwierp dit, omdat de Dublinverordening niet bedoeld is om verblijf bij familie op reguliere gronden te verkrijgen en artikel 8 EVRM Pro niet relevant is bij de overdrachtstoets.
De rechtbank verklaarde het beroep kennelijk ongegrond en bevestigde dat de minister de aanvraag niet in behandeling hoeft te nemen. Eiser mag worden overgedragen aan Frankrijk en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt niet in behandeling genomen; overdracht aan Frankrijk blijft mogelijk.